index | home | introductie | cursus | opleiding | afbeeldingen | woordenboek | atelier | adressen | gereedschappen| onderdelen| wetenswaardig| vragen
links | sponsors
Google
 
HET WEER­ ­ ­ FILE NIEUWS­ ­ ­ ROUTEPLANNER

Reparatie van de antieke klokken
SPOREN HERSTELLEN.


De Friese staart- en stoelklokken:
Demonteren antieke Friese staartklok
Schoonmaken.
Tappen polijsten met de hand:
Verbussen:
Pennenrad spaken herstellen
Sluitschijf herstellen
Sporen herstellen
Tanden ankerrad herstellen
Anker herstellen
Wekkerwerk
Datum verzetting
Monteren Antieke Friesestaartklok
Benamingen onderdelen Friese staartklok
Benamingen onderdelen Friese stoelklok
volgende pagina


Ik wil hier een van de belangrijkste onderdelen bij het restaureren van een Friese klok behandelen, namelijk het sterrad.
Het sterrad is het rad waar de ketting over loopt en daar hangt het gewicht aan. Als dit niet goed werkt, kan de rest ook niet goed werken.
Op de foto’s 01 en 02 ziet u de sterraderen van een Friese klok die vervangen moeten worden. Vroeger maakte men het sterrad van het slagwerk kleiner dan het sterrad van het gaandewerk.
Op deze manier was de hefboom kleiner en de kracht op het slagwerk ook. Hierdoor sloeg het slagwerk trager zodat, als de klok sloeg, men de slagen beter kon tellen om zo te weten hoe laat het was. Deze klokken hingen zeer vaak in boerderijen en men had toen nog geen stroom, dus ‘s nachts telde men de slagen van de klok en wist dan hoe laat het was.
Ook was het aantal tanden niet bij elke klok gelijk. Zo ziet u op foto 01 dat de klokkenmaker 12 tanden op het sterrad gemaakt heeft en zijn collega op foto 02 maar 8 tanden.
Tijdens reparatiewerkzaamheden werden ook de sterraderen vaak niet vervangen, maar opnieuw bijgevijld, zodat de tand weer langer werd.
Op foto 01 kunt u bij nr. 1 en op foto 02 bij nr. 3 en 4 duidelijk zien dat er in de tanden puntjes zijn geslagen. Dit was de grond van de tand toen hij nieuw was, dus later heeft men ze steeds dieper uitgevijld om een langere tand te krijgen.
U zult begrijpen dat dit alles niet erg bevorderlijk is voor een goed lopende klok.
Nu zijn er twee zaken die hier een rol spelen. In de eerste plaats willen we de klok zo correct mogelijk restaureren en in de tweede plaats is het de bedoeling dat de klok weer goed en lang zal lopen, dus zit er niets anders op dan een compromis te sluiten.
Ik ga u hier laten zien hoe mijn compromis er uit ziet.
Dit wil niet zeggen dat dit de enige manier is, maar ik vind het een goede methode.
Tot ongeveer 15 jaar geleden gebruikte ik uitsluitend handgebogen kettingen, maar dat bleek grote problemen te geven. De klokken kwamen soms na een paar jaar al weer bij mij terug omdat de ketting tijdens het slaan doorschoot, met als gevolg een zeer sterke slijtage omdat deze ketting niet juist over de tanden gleed. De oorzaak van het probleem was dat de mensen die deze ketting bogen van zeer hoge leeftijd waren, waardoor de kwaliteit van hun werk soms sterk achteruit ging.
Ik heb toen het geluk gehad in contact te komen met Herman Bossink, een man die zeer veel (zoniet alles!) af weet van Friese klokken. Van hem heb ik o.a. geleerd hoe men het beste een spoor kan restaureren.
Omdat op dit moment de klok meer een sieraad is dan een gebruiksvoorwerp, is het ook niet belangrijk meer dat het slagwerk langzamer slaat en dus kunnen we de sterraderen even groot maken.
En aangezien handgebogen ketting niet meer goed te gebruiken is, nemen we hiervoor machinaal gebogen ketting en gestanste sterraderen.
Nu zijn er in de handel ook complete sporen. Het gebruik hiervan raad ik af omdat de tanden van het sterrad vaak erg scherp zijn, niet gepolijst zijn en niet in het midden staan, zodat de ketting snel slijt. Ook kan men zien dat er een compleet nieuw spoor geplaatst is en aangezien alleen het sterrad versleten is, kan men de overige delen dus nog heel goed gebruiken.



Op foto 01 ziet u links het sterrad van het slagwerk en rechts van het gaandewerk. Hierboven heb ik al uitgelegd waarom de raderen van verschillende grootte zijn. Bij nr.2 ziet u dat de afstand van de tanden ongelijk is, en dus zijn deze raderen niet meer te gebruiken. Regelmatig word ik benaderd om een nieuwe ketting in een klok te plaatsen omdat de oude geknapt of volgens de klant versleten is. U begrijpt dat het dan weinig zin heeft om dat te doen, aangezien de volgende ketting zeer snel ook weer stuk zal gaan.

Op foto 02 zien we aan de buitenkant de oude raderen en binnenin de nieuwe. We zien (nr.1 en 2) dat hier de tandafstanden van de oude en nieuwe nogal verschillen, ook weer een reden om geen nieuwe ketting in een klok te maken als er nog oude versleten sporen in zitten. Dus is het meest verstandige wat we kunnen doen het sterrad en de ketting vervangen.

Het spoor van het gaandewerk zit meestal geklonken. Om het spoor te verwijderen, tikken we met een beitel het klinksel los zodat we de spoorplaat kunnen verwijderen (foto 03). Het is mogelijk dat de klok al eerder is gerestaureerd en dat hij op een andere wijze vastgemaakt is. Als het niet meer vast te klinken is, kan er ook nog een voorsteekpen voor gemaakt worden (zie foto 24).

Foto 04 toont ons het grondrad als we de bovenste spoorplaat verwijderd hebben. Indien nodig kunnen we nu het vierkant iets bijvijlen, zodat de loodplaten van het sterrad en de onderste grondplaat makkelijker te verwijderen zijn.

Foto 05 toont ons de losse onderdelen (nr.1), het grondrad (nr.2), de spoorplaten (nr.3), de loodplaten en het sterrad (nr.4). Aangezien bij oude klokken het sterrad van het gaandewerk meestal iets groter is dan het nieuwe, kunnen we de loodplaten vaak opnieuw gebruiken.

Als we zover zijn, gaan we het nieuwe sterrad bewerken. Zoals u ziet staan de tanden scheef. We noemen dit “op trek staan”. Ik heb gekozen voor dit model sterrad omdat dit de minste slijtage oplevert aan de ketting en het soepelst loopt.
De praktijk heeft uitgewezen dat als we de tanden iets minder op trek zetten, alles nog beter loopt. Doen we dit voor de eerste maal, dan vijlen we een tand aan de korte kant voor de helft terug (zie foto 06 nr 1). Zorg er voor dat de punt stomp blijft (foto 06 nr 2). Vervolgens maken we een mal, nemen een rond stuk ijzer van ongeveer een cm dik en vijlen aan het einde een hoek, zodat deze precies past tussen de twee tanden waarvan we net een stukje hebben afgevijld. Zie foto 06a.
Nu vijlen we de korte zijden van de tanden zover terug dat onze mal daar precies in past. We weten dan zeker dat alle tanden gelijk zijn (foto 07).






Hebben we dit gedaan, dan gaan we de tanden in model maken. In het begin van mijn verhaal heb ik u reeds gezegd geen complete sporen te nemen omdat de tanden niet afgewerkt zijn. Als we nu het sterrad van de zijkant bekijken, zien we omdat ze gestanst zijn dat er een ronde en een rechte kant aanzit. Dit betekent dat als we hier niets aan zouden doen, de tand niet in het midden zit (foto 08).







We vijlen nu alle rechte kanten schuin weg waarbij we aan de rechte kant iets meer wegvijlen dan aan de ronde kant, zodat de spits van de tand in het midden komt (foto's 09, 10 en 11). Zorg ervoor dat de de tand geen scherpe punt krijgt (foto 11).











Tenslotte gaan we de tanden bruineren. We nemen hiervoor een plattang en slijpen de bekken rond af en vervolgens polijsten we deze (zie de foto’s 12 en 12a).
foto 01 sporen herstellen foto 02 sporen herstellen foto 03 sporen herstellen foto 04 sporen herstellen foto 05 sporen herstellen foto 06 sporen herstellen foto 06a sporen herstellen foto 07 sporen herstellen foto 08 sporen herstellen foto 09 sporen herstellen foto 10 sporen herstellen foto 11 sporen herstellen foto 12 sporen herstellen foto 12a sporen herstellen

­ top      volgende pagina


copyright ©