Het sprookje van de Oude Klokkenmaker
Er was eens een zeer bekwaam, ja, een volmaakt klokkenmaker.
Natuurlijk was de klok, door hem gemaakt, ook volmaakt.
Hij alleen bezat de passende sleutel en hij alleen kon de klok
ermee opwinden.
Als hij dit deed, kwam er een zacht geruis uit de klok, voortgebracht
door de vele bewegende en draaiende
deeltjes. Het bijzondere was echter, dat uit dit geruis stemmen klonken,
die de klokkenmaker kon verstaan.
De uurwijzer verweet de minuutwijzer dat hij veel te hard liep en zich
spoedig dood zou lopen. Maar deze schold de uurwijzer uit voor luiaard.
Ook de secondewijzer deed een duit in het zakje en beweerde dat hij
alleen de goede snelheid had. De tandradertjes waren het helemaal niet
met elkaar eens. Zij die linksom draaiden waren ervan overtuigd dat
alleen zij de goede richting hadden gekozen, doch de anderen
beweerden juist het tegenovergestelde.
Zelfs was er een die heen en weer gaande beweging maakte, die dan met
de een en dan met de ander goede
maatjes was. Kortom, iedereen had met iedereen ruzie. De oude klokkenmaker
echter glimlachte om al die drukte.
Hij wist dat alles goed was en dat ieder onderdeeltje, het grootste zowel
als het kleinste, zich slechts zo kon bewegen als waarvoor hij het gemaakt
had.
Van de hun voorgeschreven weg konden ze nog geen tienduizendste
millimeter afwijken, immers dan zou de klok niet meer precies de tijd
aangeven, dan zou de klok niet volmaakt zijn.
Bron: www.katinka hesselink.net
|