index | home | introductie | cursus | opleiding | afbeeldingen | woordenboek | atelier | adressen | gereedschappen| onderdelen| wetenswaardig| vragen
links | sponsors
Google
 
HET WEER­ ­ ­ FILE NIEUWS­ ­ ­ ROUTEPLANNER

Draaibeitels.

Draaibank
Draaibeitels
Vijl
Tappenvijl
Tappen polijst machine

Ultrasoon reinigingsmachine
Verbusapparaat
Verenwinder voor horloges
Verenwinder voor klokken
Wijzerplaatpoten soldeerapparaat

Naar gereedschapkennis



Draaibeitels
Draaien is net als boren, frezen, vijlen en zagen een verspanende techniek en gebeurt met een draaibeitel.
Die zijn er in veel soorten en maten en materialen, maar ze moeten altijd harder zijn dan het materiaal dat ze bewerken.
Spanen ontstaan als een snijgereedschap onder een goede hoek tegen zachter materiaal wordt gehouden. Deze hoek is afhankelijk van de eigenschappen van het materiaal van het werkstuk.
Er zijn drie hoeken waarmee tijdens slijpen rekening moet worden gehouden: de spaanhoek , de snijhoek en de vrijloophoek De spaanhoek, snijhoek en vrijloophoek zijn bij elkaar opgeteld altijd 90° (zie machinebeitels).

De voeding is de hoeveelheid materiaal die in één keer bij een bepaalde draaisnelheid kan worden afgenomen. Dit is afhankelijk van de hardheid van het materiaal en of de juiste (scherpe) beitel wordt gebruikt.
De draaisnelheid wordt grotendeels bepaald door de diameter en de eigenschappen van het materiaal. In het algemeen kan men stellen: hoe groter de diameter, hoe lager de draaisnelheid en voeding.
De standtijd is de tijd dat verspanend gereedschap op een acceptabele manier gebruikt kan worden. Door gebruik worden beitels bot en aan het eind van de standtijd moeten ze dus opnieuw worden geslepen.
Harde beitels hebben een langere standtijd dan minder harde beitels.

De handdraaibeitel
De handdraaibeitel kan als geslepen handgereedschap worden besteld maar, afhankelijk van de kwaliteit, zal deze met het gebruik snel bot worden.
Het is daarom noodzakelijk dat deze door u zelf geslepen moet kunnen worden. Het slijpen van gehard stalen voorwerpen is niet eenvoudig.
Het slijpen op de slijpmachine heeft een groot risico op oververhitting en daarmee ontlaten (zacht worden) van het staal, het handmatig slijpen is echter soms zeer arbeidsintensief.
Een beitelhouder (foto 01) kan bij slijpen op de vlakke slijpsteen uitkomst bieden als het erom gaat de draaibeitel vlak te houden.
Voor het slijpen gebruiken we een grove of een fijne carborundum slijpsteen. Als de beitel de gewenste vorm heeft, kan hij worden nageslepen op een oliesteen (foto 02).
De vorm die gekozen wordt voor de handdraaibeitel is afhankelijk van het doel waarvoor hij gebruikt gaat worden. Voor het normale (grove) draaiwerk van grote vlakken is de meest linkse vorm geschikt. Voor het fijnere werk wordt de rechter vorm gebruikt (foto 03).
Bij de linker beitel wordt de zwarte rechterkant op de leunspaan gedrukt en het linker deel wordt gebruikt als snijoppervlak. De hoek is ongeveer 40°. Bij de rechter beitel kan de hoek naar wens tot 20° worden verkleind. De meest stompe beitel wordt gebruikt zoals op foto 04 te zien is, d.w.z. met het vlak van de ruit naar onder.
Er zijn veel variaties in vorm mogelijk. Zo kan de scherpe punt van de beitel worden voorzien van een vlakje waarmee op zeer kleine plaatsen te draaien is. Dit vlak wordt bij voorkeur onder een nét niet haakse hoek geslepen. Dit moet net wat scherper omdat daarmee de hoeken goed kunnen worden afgedraaid (foto 05). Ook kan een vorm worden gegeven aan de draaibeitel die overeenkomt met de vorm die aan het werkstuk moet worden gegeven.
Enkele voorbeelden van vormen (foto 06):
Van links naar rechts: speciale beitel om indraaiingen te maken voor borgringen, een ronde vorm voor het fijn afdraaien van holle vormen, een scherpe draaibeitel voor diepere inkepingen in het werkstuk en centerpunten voor het boren.
Het slijpen van deze beitels kan op de vlakke slijpsteen, met de hand of met de slijpmachine. Een watergekoelde slijpmachine voorkomt grotendeels het warm worden van het staal (foto 07).

Het gebruik van deze scherp geslepen beitels is precies tegengesteld aan de methode met de wat stomper geslepen beitel (foto's 08 en 09).
De ruit welke is ontstaan tijdens het slijpen, moet in dit geval naar boven worden gehouden tijdens het draaien. Dit in tegenstelling met de manier zoals bij foto 04 werd besproken.
Deze wijze van draaien geeft een gladder resultaat en door de beitel op het tegenoverliggende scherpe vlak te draaien, kan de ideale draaihoek worden gevonden.
Toepassingen van speciaal geslepen beitels, zoals bijvoorbeeld het draaien van een balansas (foto's 10 en 11).

Hardmetalen (widia) beitels kunnen alleen op een diamant slijpsteen worden geslepen. Als snijvloeistof kan gebruik worden gemaakt van petroleum. Deze vloeistof voorkomt het verstopt raken van de slijpsteen en bespoedigt het resultaat.

De machinebeitel
De machinebeitel wordt altijd gebruikt in combinatie met het kruissupport dat de beitel stevig vasthoudt. Voor het draaien van verschillende materialen zijn verschillende hoeken van belang tijdens het slijpen van de beitels: De spaanhoek , de snijhoek en de vrijloophoek, en deze zijn bij elkaar opgeteld altijd 90° (foto's 12 en 13).

Voor Staal
  • Vrijloophoek 12 tot 15° (A)
  • Snijhoek 70° (B) (I)
  • Spaanhoek 5° tot 8° (C)
Voor Messing;
  • Vrijloophoek 16° tot 20° (A)
  • Snijhoek 60° tot 66° (B) (II)
  • Spaanhoek 8° tot 10° (C)
Voor Aluminium;
  • Vrijloophoek 24° (A)
  • Snijhoek 56° (B) (III)
  • Spaanhoek 10° (C)
Deze pagina is met toestemming van de heer J.G. Beelaers van Blokland overgenomen uit zijn boek CURSUS UURWERKTECHNIEK.
foto 01 beitels



foto 02 slijpsteen



foto 03 beitels



foto 04 beitels



foto 05 beitels



foto 06 beitels



foto 07 beitels



foto 08 beitels



foto 09 beitels



foto 10 beitels



foto 11 beitels



foto 12 beitels



foto 13 beitels




top


copyright ©