Om u een idee te geven van de werking van de gang van deze klok, gaan we eens bekijken hoe een en ander werkt.
Bij bovenstaande tekening spreken we van een haakgang met een hol anker ( het anker kan ook zoals in de cursus een massief anker zijn, maar de werking blijft het zelfde). De nrs.1 het anker 2. de ankeras 3. het ankerrad en nr. 6. de draairichting van het ankerrad spreken voor zichzelf.
4 en 5 zijn de bekken van het anker, nr. 4 noemen we ingangsbek omdat de tand van het ankerrad hier het anker ingaat en nr. 5 dus de uitgangsbek omdat hier de tand van het ankerrad het anker weer verlaat.
Andersom noemen we de val bij 4 de uitwendige val, omdat de tand op de buiten kant van het anker tegen de bek valt en bij 5 de inwendigeval omdat hier de tand in het anker tegen de bek valt.
Als u denkbeeldig het anker van bovenstaande tekening zou draaien dan zal op een gegeven moment de tand bij 4a vrijkomen zodat het ankerrad kan gaan draaien. Echter als het anker bij 4a naar boven gaat zal het bij 5a naar beneden gaan dus kan het ankerrad slechts een klein stukje kunnen draaien. De afstand die de tand nu heeft afgelegd noemen we een val.
Om een goed gang resultaat te krijgen is het belangrijk dat deze vallen gelijk zijn en goed zijn afgesteld.
In de cursus heeft u gezien dat in de kloof van anker ovale gaten zitten, dit houd dus in dat we anker omhoog of omlaag kunnen brengen.
Als we dit doen dan zult u de uitwendige val kunnen beïnvloeden en dus groter of kleiner kunnen maken. De inwendigeval is door het hoger of lager stellen niet te beïnvloeden, deze val is namelijk afhankelijk van de inwendige maat van het anker. Dus ervan uitgaande dat het anker in goede staat is stellen we de gang zo dat de uitwendigeval gelijk is aan die van de inwendigeval.
Als alles naar wens is, geven we het anker en de ankertappen olie. Bij vrijwel alle moderne uurwerken geven we dunne klokkenolie, bijvoorbeeld Koch nr. 5.
De olie geven we op de aangegeven plaats en wel op beide bekken. Het beste geven we eerst eenmaal en laten het ankerrad een of tweemaal rondgaan en geven dan nog een maal.
Let er op dat u niet teveel in een keer geeft.
|