Op foto 01 ziet u links het sterrad van het slagwerk en rechts van het gaandewerk.
Hierboven heb ik al uitgelegd waarom de raderen van verschillende grootte zijn. Bij nr.2 ziet u dat de afstand van de tanden ongelijk is, en dus zijn deze raderen niet meer te gebruiken. Regelmatig word ik benaderd om een nieuwe ketting in een klok te plaatsen omdat de oude geknapt of volgens de klant versleten is. U begrijpt dat het dan weinig zin heeft om dat te doen, aangezien de volgende ketting zeer snel ook weer stuk zal gaan.
Op foto 02 zien we aan de buitenkant de oude raderen en binnenin de nieuwe. We zien (nr.1 en 2) dat hier de tandafstanden van de oude en nieuwe nogal verschillen, ook weer een reden om geen nieuwe ketting in een klok te maken als er nog oude versleten sporen in zitten. Dus is het meest verstandige wat we kunnen doen het sterrad en de ketting vervangen.
Het spoor van het gaandewerk zit meestal geklonken. Om het spoor te verwijderen, tikken we met een beitel het klinksel los zodat we de spoorplaat kunnen verwijderen (foto 03). Het is mogelijk dat de klok al eerder is gerestaureerd en dat hij op een andere wijze vastgemaakt is. Als het niet meer vast te klinken is, kan er ook nog een voorsteekpen voor gemaakt worden
(zie foto 24).
Foto 04 toont ons het grondrad als we de bovenste spoorplaat verwijderd hebben. Indien nodig kunnen we nu het vierkant iets bijvijlen, zodat de loodplaten van het sterrad en de onderste grondplaat makkelijker te verwijderen zijn.
Foto 05 toont ons de losse onderdelen (nr.1), het grondrad (nr.2), de spoorplaten (nr.3), de loodplaten en het sterrad (nr.4).
Aangezien bij oude klokken het sterrad van het gaandewerk meestal iets groter is dan het nieuwe, kunnen we de loodplaten vaak opnieuw gebruiken.
Als we zover zijn, gaan we het nieuwe sterrad bewerken. Zoals u ziet staan de tanden scheef. We noemen dit “op trek staan”. Ik heb gekozen voor dit model sterrad omdat dit de minste slijtage oplevert aan de ketting en het soepelst loopt.
De praktijk heeft uitgewezen dat als we de tanden iets minder op trek zetten, alles nog beter loopt.
Doen we dit voor de eerste maal, dan vijlen we een tand aan de korte kant voor de helft terug (zie foto 06 nr 1). Zorg er voor dat de punt stomp blijft (foto 06 nr 2).
Vervolgens maken we een mal, nemen een rond stuk ijzer van ongeveer een cm dik en vijlen aan het einde een hoek, zodat deze precies past tussen de twee tanden waarvan we net een stukje hebben afgevijld. Zie foto 06a.
Nu vijlen we de korte zijden van de tanden zover terug dat onze mal daar precies in past. We weten dan zeker dat alle tanden gelijk zijn (foto 07).
Hebben we dit gedaan, dan gaan we de tanden in model maken. In het begin van mijn verhaal heb ik u reeds gezegd geen complete sporen te nemen omdat de tanden niet afgewerkt zijn. Als we nu het sterrad van de zijkant bekijken, zien we omdat ze gestanst zijn dat er een ronde en een rechte kant aanzit. Dit betekent dat als we hier niets aan zouden doen, de tand niet in het midden zit (foto 08).
We vijlen nu alle rechte kanten schuin weg waarbij we aan de rechte kant iets meer wegvijlen dan aan de ronde kant, zodat de spits van de tand in het midden komt (foto's 09, 10 en 11). Zorg ervoor dat de de tand geen scherpe punt krijgt (foto 11).
Tenslotte gaan we de tanden bruineren. We nemen hiervoor een plattang en slijpen de bekken rond af en vervolgens polijsten we deze (zie de foto’s 12 en 12a).
|
foto 01
foto 02
foto 03
foto 04
foto 05
foto 06
foto 06a
foto 07
foto 08
foto 09
foto 10
foto 11
foto 12
foto 12a
|