Terwijl we dit doen, kijken we aan de achterzijde bij de achterlichter die mee omhoog gaat, of de pen in het stuitrad vrij komt van de achterlichter.
Dit zal moeten gebeuren als de pen het lipje van de bokkenpoot tot op ongeveer 2 mm. na heeft opgetild (foto 36). Op dat moment kan het sluitrad gaan draaien en begint de klok te slaan.
We gaan nu weer naar de voorkant en zien dat als het raderwerk gaat draaien de achterlichter door het hartje verder wordt opgetild en het lipje vrij komt van de pen in de minuutpijp (foto 37). De veer zal op dat moment het lipje weer naar beneden drukken en er voor zorgen dat de voorkant van het lipje voor de pen komt als de klok geslagen heeft.
Werkt dit alles goed, dan kunnen we verder gaan met het monteren van het wijzerwerk. We plaatsen de wisselradklemveer die zorgt voor de wijzerklemming en geven deze wat vet op de rand en de as van het grondrad en plaatsen het wisselrad (foto 38).
Na ook vet te hebben gegeven op de as van de minuutpijp, plaatsen we hier de wekkerpijp op en tenslotte, na ook hier vet te hebben gegeven, het uurrad (foto's 39 t/m 41). Let er bij het plaatsen van de raderen op dat we ze op teken zetten.
We plaatsen voor het wisselrad het afsluitplaatje en zetten dit vast met een voorsteekstift (foto 42). Als we er zeker van zijn dat alles goed werkt, buigen we de uiteinden van de voorsteekstift om zodat hij er niet uit kan trillen. Denk er om dat het wisselrad ook écht klemt. Het beste kunt u dit controleren door de grote wijzer te plaatsen. Deze moet goed te verdraaien zijn zonder dat hij zó zwaar draait dat u bang bent dat hij afbreekt of valt als u hem loslaat.
We controleren het wekkerwerk (foto 43) als volgt. Als we aan de wekkerpijp (nr.1) draaien, zal op een gegeven moment het omgebogen eind van de wekkerschijf (nr.2) tegen de wekkerrem aankomen en deze omhoog drukken. De wekkerrem is aan het begin omgebogen, zodanig dat dit gedeelte in een gleuf van het wekkerrad (nr.3) valt. Als de rem nu aan de andere zijde opgetild wordt, komt dit gedeelte vrij en kan de wekker gaan wekken. Zodra de wekkerschijf zover is gedraaid dat de wekkerrem weer vrij komt, zal deze door zijn eigen gewicht terug vallen en stopt de wekker zodra de rem in de gleuf van het wekkerrad valt. Nu kan dit wel een half uur of langer duren, met gevolg dat de wekker zo lang zal wekken als de ketting lang is. Aangezien de wekkerschijf iedere 12 uur eenmaal rond draait, werkt de wekker dus ook om de 12 uur. Vandaar dat we ook meestal zien dat de wekkerketting in een boog is opgehangen aan een paar spijkertjes aan de zij- of voorkant van de kast en alleen dient als decoratie. Zie ook Wekkerwerk
We gaan nu het anker in het uurwerk plaatsen (foto's 44 en 45); zie ook Anker herstellen. De hamer en de bel (foto's 46 en 47) kunnen nu geplaatst worden. Bij dit type uurwerk zijn zowel de hamer als de bel van metaal, wat een zeer harde klank tot gevolg heeft. Indien dit storend is, kunt u dit geluid eenvoudig zachter maken. U neemt een stukje, liefst smal, leukoplast en plakt dit in de bel op de plaats waar de hamer de bel raakt. U zult horen dat het geluid aanmerkelijk zachter is. Hoe meer leukoplast u over elkaar plakt, hoe zachter het geluid.
Als we zover zijn, kunnen we de ketting in het werk aanbrengen. Nu is deze vaak niet meer goed te gebruiken, dus gaan we dit eerst controleren.
Op foto 48 zien we een gebruikte ketting. In veel gevallen zijn de schakels, na los te zijn geweest, verkeerd in elkaar geplaatst. Het is namelijk van het grootste belang dat alle schakels op de zelfde wijze in elkaar steken. Als de ketting er verder goed uitziet en de schakels niet zijn open gebogen en nog rond en niet ovaal zijn, kunnen we deze openbuigen en ze weer op de juiste wijze in elkaar zetten.
Mochten echter tijdens het opbuigen een of meerdere schakels afbreken, bespaart u zich dan verdere moeite want deze ketting is niet meer te gebruiken (foto 49).
Op foto 49a zien we een nieuwe ketting. Heeft u tijdens de restauratie de spoorraderen vernieuwd, dan is het aan te bevelen om een nieuwe ketting te gebruiken, want dan weet u zeker dat deze perfect over het spoorrad loopt. Om te controleren of de oude ketting nog goed is, meet u de afstand tussen de schakels. Deze moet gelijk zijn aan de tandafstand van het spoorrad. Is dit niet het geval, plaats dan altijd een nieuwe ketting. Zie foto's 94a en 94b.
Op foto 50 ziet u een handig hulpmiddel om de ketting in het uurwerk te plaatsen.
U heeft nu, afgezien van de wekkerketting, 4 stukken ketting onder het uurwerkplankje. Buig nu van zowel de voorste linkerketting als de voorste rechterketting het onderste oog open (foto 51).
Om er voor te zorgen dat de ketting zo min mogelijk gaat torsen, nemen we de ketting tussen duim en wijsvinger en bewegen onze handen langzaam naar beneden (foto 52). Zijn we bij de onderste schakel, dan hangen we die aan het spijkertje waar straks de wekkerketting aan wordt opgehangen (foto 53), zodat hij niet kan verdraaien. Dit doen we nu ook met de achterste ketting. Als we rechts begonnen zijn, pakken we nu de kettingring, halen de ketting er door en haken de twee delen aan elkaar. Zorg er voor dat de schakels gelijk in elkaar grijpen (foto 54). Deze handeling doen we ook bij de linkerketting waar de katrol aan wordt bevestigd.
Dus: de katrol waar het gewicht aan komt te hangen altijd links (foto 54).
Ter controle is het verstandig om de klok nu een paar dagen te laten lopen om zo te testen of het gaandwerk goed werkt.
Het slagwerk kunnen we pas goed controleren als de wijzerplaat er voor zit.
Loopt de klok naar onze zin, dan gaan we de wijzerplaat er voor zetten. De twee uitsteeksels aan de onderkant van de plaat (foto 56) steken we in de gaten van de onderplaat van het uurwerk, brengen de plaat op zijn plaats en schroeven de plaat aan de bovenzijde vast (foto's 57 en 58).
We gaan nu de wijzers bevestigen. Deze kan men het beste schoonmaken met zeer fijne staalwol. Zou men ze in een bad schoonmaken, dan gaat ook het patina aan de achterzijde er af en is het later moeilijk te beoordelen of de wijzers antiek zijn.
We beginnen met de kleine wijzer. Aangezien we deze kunnen verdraaien zonder dat het slagwerk hierdoor wordt beïnvloed, maakt het niet uit hoe we deze plaatsen. Meestal zit deze op een zeskant en we plaatsen hem waar hij het makkelijkst past (foto 60).
Vervolgens plaatsen we de wekkerwijzer. Op de kleine wijzer staat ook een cijferverdeling, maar dan in omgekeerde volgorde. Zie foto 60. We plaatsen de wekkerwijzer, draaien deze voorzichtig rond en intussen kijken we tussen de wijzerplaat en het uurwerk wanneer de wekkerschijf de wekkerrem omhoog drukt. Zodra deze vrij komt van het wekkerrad stoppen we. Nu halen we de wekkerwijzer er weer af en plaatsen hem zo dat als de kleine wijzer op, zoals in ons voorbeeld, op 7 uur staat (1), ook de wekkerwijzer op 7 uur staat (2) (foto 61).
We borgen beide wijzers met de wekkerwijzermoer (foto 62).
Tenslotte plaatsen we de grote wijzer, waarbij we er op letten dat hij op het hele en halve uur slaat. We borgen deze meestal met een schroef, maar bij zeer oude uurwerken en stoelklokken gebeurt dit met een voorsteekstift (foto 63).
|
foto36
foto37
foto38
foto39
foto40
foto41
foto42
foto43
foto44
foto45
foto46
foto47
foto48
foto49
foto49a
foto49b
foto50
foto50a
foto51
foto52
foto53
foto54
foto55
foto56
foto57
foto58
foto59
foto60
foto61
foto62
foto63
|