We zien op foto 26 de onderdelen van het gaand werk.
We draaien nu het werk om en gaan controleren of het slagwerk op teken staat. We
hebben het gewicht er af genomen nadat de klok 12 uur heeft geslagen, en dus moet de
achterlichter in de inkeping staan die meteen na het grootste uitsteeksel van de
sluitschijf komt (foto 27).
In dit geval staat het slagwerk van dit uurwerk niet op teken. We kunnen dit zien aan het
pennenrad op foto 28. Als het wel op teken had gestaan, dan zou de tand met het teken in de
rondseltanden met teken van het hartrad hebben gestaan.
In dit geval verdraaien we het raderwerk zó dat het wel op teken staat en geven dan op
het sluitrad een teken, zodat we bij de montage weten hoe we het slagwerk uit elkaar
genomen hebben (foto's 29 en 30).
Als we het sluitrad hebben verwijderd door de conische voorsteekstift (foto 30) te
verwijderen waarna we de sluitplaatveer en sluitplaat af kunnen nemen, maken we een
kleine vijlstreek op de plaats van de markering (foto 31).
Als u vaak antieke klokken restaureert, zult u merken dat deze sluitplaat meestal verkeerd
gemonteerd is. Dat is een van de bewijzen dat aan eraan gevijld en gehamerd is.
Het is erg belangrijk om hem weer net zo te bevestigen als dat u hem heeft verwijderd.
Het rondsel van het pennenrad is namelijk met de hand ingezaagd en gevijld, dus niet
alle tanden zijn het zelfde en als u hem nu op een andere wijze terug plaatst, is er al
snel een verschil ( foto 32 ).
Wat we ook nogal eens bij het demonteren tegenkomen, zijn spijkers in plaats van
voorsteekstiften, wat meestal een teken is dat de vorige maal de restauratie is
uitgevoerd door een amateur die het niet zo nauw nam (foto 33). En waarom?
Uiteindelijk is een voorsteekstift niets anders dan een rond stukje ijzer dat taps is
gedraaid of gevijld (foto 34 ).
Als we alle lichters en de hamer verwijderd hebben, houden we het geraamte over.
We controleren nu eerst of op de dwarslichter waaraan de bokkepoot en de
achterlichter zijn bevestigd, een teken staat ( foto 35 ).
Is dit niet het geval, dan nemen we een driekantvijltje en zetten zowel op de dwarslichter als op de achterste pilaar een vijlstreek (foto 36), zodat we bij de montage de dwarslichter niet verkeerd om plaatsen. De vierkanten op deze lichter zijn namelijk niet altijd gelijk.
Op de dwarslichter van de hamerlichter hoeft geen teken te staan, omdat die er maar op
één manier in kan.
Voordat we het geraamte uit elkaar halen, controleren we ten slotte of de stijlen van
tekens zijn voorzien (foto 37) en of er op de onderplaat ook een teken staat. Vaak is er
door de menie niets meer te zien. Geef in dat geval ook eerst een vijlstreek (foto 38).
Door de vier voorsteekstiften te verwijderen, kunnen we de bovenplaat (foto 39) en de
onderplaat (foto 40) verwijderen.
|
foto26
foto27
foto28
foto29
foto30
foto31
foto32
foto33
foto34
foto35
foto36
foto37
foto38
foto39
foto40
|